‘t Is één van die discussies die volgens mij de internationale politiek in 2011 zal beheersen: wat met de netneutraliteit? Het internet is ontstaan als wetenschappelijk instrument. Intussen is het voor veel mensen een toonbeeld van democratie: we kunnen er onze mening ventileren (hoe verwerpelijk die ook soms is), we kunnen nieuws lezen uit alle hoeken van de wereld (zelfs Noord-Korea) en we krijgen toegang tot informatie die eigenlijk niet voor ons bestemd is (Wikileaks, anyone?). Maar hoe lang nog?
Aan de basis van het probleem ligt het volgende principe: overheden en bedrijven krijgen al maar meer vat op de inhoud van het internet. Technische vooruitgang zorgt er voor dat dataverkeer niet alleen gescreend maar ook beheerd, ‘gefilterd’ kan worden. Vroeger ging dat ook, maar het was veel duurder en de kennis was nog niet doorgedrongen tot bij de machtshebbers.
Wat daarin het meest opvalt is de rol van de overheden. België is één van de meest netneutrale landen, samen met Zweden (vraag dat maar aan Julian Assange). Maar in China bijvoorbeeld misbruikt de overheid de techniek om bepaale inhoud te filteren. Facebook is er niet toegankelijk. Ook Wikipedia is uitgesloten. Hoe lang zal het duren vooraleer overheden, maar ook de bevolking bij ons, aanvaarden dat de politiek de inhoud op het web mee controleert? ‘Om ons tegen kwalijke informatie te beschermen’? Immers: waarom blokkeren we niet gewoon informatie die schadelijk kan zijn voor onze samenleving?
Er gaan in ieder geval al maar meer stemmen op om dat te doen. En na de Wikileaks-affaire bestaat er ook in de internationale politiek een draagvlak voor (ook al zal dat niet openlijk gecomunniceerd worden).
Ik ben alvast voorstander van de volledige vrijheid van informatie. Onze internetvrijheid is mooi, ze is wat mij betreft één van de belangrijkste doorbraken in de recente geschiedenis. We mogen dat niet opgeven. Ook volgend jaar niet. Wie het daar niet mee eens is, mag van mij gerust in China gaan wonen.



